ECLI:NL:GHAMS:2006:AX9599
Gerechtshof Amsterdam · 15-06-2006 · zaaknummer 04/04960
Inhoudsindicatie
Belanghebbende, douane expediteur, deed aangiften voor het vrije verkeer bij de douane te p. De ingevoerde goederen waren omschreven als 'bevroren en gezouten kippenvlees. Aangifte geschiedde telkens onder post 0207 14 10 van het GDT. Belanghebbende overlegde hierbij een aan N verstrekte BTI (indeling in post 0210 99 39 van het GDT) en verzocht voor de BTI een overgangstermijn van zes maanden toe te staan. De inspecteur wees dit verzoek af omdat o.a geen sprake zou zijn van een vaste en definitieve overeenkomst, die de verkrijger van de BTI voor de verkoop van de betreffende goederen heeft gesloten en beriep zich daarnaast op de indelingsverordening (EG) nr. 1223/2002. Belanghebbende beriep zich o.a op een rappport van de Appellate Body van de WTO. In geschil is of de inspecteur terecht onder post 0207 van het GDT heeft ingedeeld, of belanghebbende recht heeft op de overgangsregeling van artikel 12, lid 6 van het CDW, en mocht dit laatste niet het geval zijn: staan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur aan de vaststelling van de onderhavige douaneschuld in de weg. De Douanekamer heeft twijfels over de geldigheid van de indelingsverordening en ziet aanleiding het Hof van Justitie van de EG op de voet van artikel 234 EG-Verdrag een prejudiciele vraag te stellen: Is Verordening (EG) nr. 1223/2002 van de Commissie van 8 juli 2002, tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, geldig ?
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
