ECLI:NL:GHAMS:2006:AV6832
Gerechtshof Amsterdam · 20-01-2006 · zaaknummer geen nummer
Inhoudsindicatie
Noch artikel 56, eerst lid van de Uitleveringswet noch enige andere bepaling uit de Uitleveringswet voorziet in de mogelijkheid tot schorsing van de uitleveringsdetentie nadat de Minister van Justitie reeds heeft besloten tot uitlevering en de officier van justitie van die beslissing in kennis is gesteld. De omstandigheid dat door de opgeëiste persoon nadien een geding bij de civiele voorzieningenrechter aanhangig is gemaakt of dat een bestuursrechtelijke procedure -waarvan de uitkomst mogelijk van invloed is op de verblijfsstatus van de opgeëiste persoon en dientengevolge op de effectuering van de beslissing van de Minister van Justitie- nog niet ten einde is gekomen, kan niet meebrengen dat de opgeëiste persoon niettemin voor schorsing van de uitleveringsdetentie op grond van artikel 56 Uitleveringswet in aanmerking komt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- M. Steen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
