ECLI:NL:GHAMS:2006:AV3274
Gerechtshof Amsterdam · 03-01-2006 · zaaknummer 04/4789
Inhoudsindicatie
Het aanslagbiljet is gedagtekend 25 februari 2004. Vast staat dat het bezwaarschrift eerst op 5 mei 2004 is ontvangen. Ingevolge het bepaalde in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Derhalve moet worden aangenomen dat het bezwaarschrift niet tijdig is ingediend. In artikel 6:11 van de Awb is bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift de niet-ontvankelijkheidverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Belanghebbende heeft in dit verband ter zitting erkend dat zij inderdaad te laat een bezwaarschrift heeft ingediend en dat dit te wijten is aan drukke werkzaamheden, met name in verband met de opsporing van gegevens inzake de niet-zuivering van de litigieuze aangifte. Deze omstandigheid kan evenwel niet tot het oordeel leiden dat belanghebbende met betrekking tot de tijdigheid van het bezwaar niet in verzuim is geweest. Nu belanghebbende ook geen andere feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die tot dat oordeel zouden kunnen leiden, moet de conclusie zijn dat de inspecteur het bezwaar wat de litigieuze uitnodiging tot betaling betreft terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Op grond van het hiervoor overwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
