ECLI:NL:GHAMS:2004:AS2094
Gerechtshof Amsterdam · 28-12-2004 · zaaknummer 99/90210 DK en 99/3420 DK
Inhoudsindicatie
In geding is de niet-ontvankelijk verklaring van het bezwaar tegen uitnodigingen tot betaling van douanerechten en omzetbelasting, verenigd op een aanslagbijet. De uitnodigingen tot betaling zijn op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt, te weten door toezending aan belanghebbende. De bezwaartermijn eindigde op 25 september 1998. De omstandigheid dat het aanslagbiljet niet naar de destijds in een aanverwante procedure optredende gemachtigde is gezonden, doet aan het voorgaande niets af. Een dergelijke verplichting vloeit voort uit de wettelijke bepalingen noch uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De gevoerde correspondentie kan niet worden aangemerkt als een bezwaar tegen de onderhavige uitnodigingen tot betaling. De brief van de gemachtigde van 9 juli 1999, waarin daadwerkelijk bezwaar wordt gemaakt, is tardief. De gebrekkige kennis van de Nederlandse taal noch de lopende procedure zijn gronden om de termijnoverschrijding op grond van artikel 6:11 Awb te pardonneren. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
