ECLI:NL:GHAMS:2004:AR2450
Gerechtshof Amsterdam · 10-09-2004 · zaaknummer 00/90126 DK
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft alcoholhoudende dranken voor het vrije verkeer aangegeven en daarbij onder overlegging van EUR.1-certificaten aanspraak gemaakt op een preferentieel tarief. Op deze door de Israëlische autoriteiten afgegeven EUR.1-certificaten staat als land van oorsprong van de goederen een lidstaat van de EG vermeld. De Douanekamer overweegt dat vaststaat dat belanghebbende geen verzoek tot toepassing van de regeling terugkerende goederen heeft gedaan, zodat deze regeling niet aan de orde is. Verder concludeert zij dat partijen het terecht met elkaar eens zijn dat de EUR.1-certficaten niet door de Israëlische autoriteiten haden mogen worden afgegeven. Hoewel het feit dat dit gebeurd is als een vergissing van de Israëlische autoriteiten wordt beschouwd in de zin van art. 220 CDW, komt belanghebbende naar het oordeel van de Douanekamer de bescherming van deze bepaling niet toe, omdat zij deze vergissing redelijkerwijze had kunnen ontdekken. Tot slot beslist de Douanekamer dat de inspecteur terecht over vijf jaren heeft nagevorderd in de zin van art. 22e AWR. De Douanekamer verklaart het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
