ECLI:NL:GHAMS:2003:AQ3685
Gerechtshof Amsterdam · 23-05-2003 · zaaknummer 01/90093
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van de Douanekamer laten de feiten geen andere gevolgtrekking toe dan dat in casu een onttrekking heeft plaatsgevonden, en wel door belanghebbende, en dat zij dientengevolge op grond van artikel 203, derde lid, eerste streepje, van het CDW schuldenaar is geworden voor de ontstane douaneschuld over de aan rechten bij invoer onderworpen - in casu gestolen - goederen. De feiten leveren ook ontegenzeggelijk "onttrekken" op als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, van de Wet OB 1968 en “onttrekken” als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns. Dit “onttrekken” moet als “invoer” worden aangemerkt, zodat op grond van artikel 1, onderdeel d, van de Wet OB 1968 en op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet op de accijns een omzetbelastingschuld onderscheidenlijk een accijnsschuld is ontstaan over de gestolen goederen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
