ECLI:NL:GHAMS:2003:AO8604
Gerechtshof Amsterdam · 24-07-2003 · zaaknummer 440/2003
Inhoudsindicatie
Ondertoezichtstellings- en uithuisplaatsingsperikelen. Het hof acht onder verwijzing naar de wettekst, anders dan de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg, geen gronden aanwezig voor ondertoezichtstelling. Terugkeer van de minderjarige naar het echtpaar waarbij zij voordien woonachtig was, hetgeen de bijzonder curator voorstaat, is echter evenmin geïndiceerd, nu de gedragingen van de man van dit echtpaar jegens de minderjarige hem als opvoeder diskwalificeren. De minderjarige dochter is vanwege conflicten met haar ouders in oktober 2001 bij een bevriend echtpaar gaan wonen. De ouders vermoeden op grond van de tekst van een e-mail van de man van het bevriende echtpaar aan de minderjarige dat zij een relatie met elkaar onderhouden en uiteindelijk wordt Bureau Jeugdzorg ingeschakeld. Bij de bestreden beschikking is de minderjarige op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming onder toezicht gesteld en is een machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg dan wel residentiële voorziening verleend. De bijzonder curator heeft hoger beroep ingesteld, en verzoekt te bepalen dat machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgegeven tot plaatsing van de minderjarige bij het bevriende echtpaar. Het hof overweegt dat onvoldoende vaststaat dat aan de voorwaarden die de wet stelt aan ondertoezichtstelling is voldaan. De minderjarige is op het hof overgekomen als een intelligent en zelfstandig meisje van zestien jaar, dat sociaal goed aangepast is aan de door haar niet gewenste situatie en weet wat ze wil. Zij rookt niet, drinkt niet en ondanks het feit dat het afgelopen jaar voor haar zwaar is geweest, hebben haar schoolprestaties hier niet onder geleden. Het feit dat de ideeën van de minderjarige afwijken van die van haar ouders doet aan het vorenstaande niet af. Van noodzaak tot psychiatrisch onderzoek is het hof niet gebleken. Er bestaat geen aanleiding te veronderstellen dat zij in haar zedelijke of geestelijke belangen of gezondheid wordt bedreigd. De maatregel van ondertoezichtstelling is in deze situatie dan ook niet geëigend. Het hof tekent hierbij overigens wel uitdrukkelijk aan dat de gedragingen van de man van het bevriende echtpaar, gelet op de tekst van de e-mail en het feit dat hij de minderjarige nog steeds niet met rust laat, hem als opvoeder diskwalificeren zodat het hof zijn zorgen hierover uitspreekt. De beslissing dat onvoldoende gronden aanwezig zijn om de ondertoezichtstelling uit te kunnen spreken, betekent dan ook geenszins dat het hof een terugkeer van de minderjarige naar het bevriende echtpaar geïndiceerd acht.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
