ECLI:NL:GHAMS:2003:AN7012
Gerechtshof Amsterdam · 24-10-2003 · zaaknummer 23-002808-00
Inhoudsindicatie
Evenals in de hoofdzaak is bij de ontneming van het wederrechtelijke verkregen voordeel sprake van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In de hoofdzaak heeft dit geleid tot een aanzienlijke matiging van de opgelegde straf. Gelet op het nauwe verband tussen hoofdzaak en ontneming, zowel materieel als procedureel, acht het hof de compensatie in de hoofdzaak toereikend, zodat het geen matiging op de betalingsplicht zal toepassen. De veroordeelde is in voldoende mate gecompenseerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
