ECLI:NL:GHAMS:2003:AI1394
Gerechtshof Amsterdam · 20-08-2003 · zaaknummer rekestnummer 02/749
Inhoudsindicatie
Nu eerst op 3 juni 2002 de raadsman vernam dat met betrekking tot de verdenking waarvoor appellant in verzekering gesteld was inmiddels een politiesepot had plaatsgevonden, een omstandigheid die niet bekend was ten tijde van de behandeling van het verzoekschrift, stond niets in de weg kort nadien opnieuw een verzoek in te dienen op grond van de artikelen 89 en 591a van het Wetboek van Strafvordering ten einde een inhoudelijke toetsing van die verzoeken uit te lokken, nu ten aanzien van het politiesepot de zaak als geëindigd moet worden beschouwd. Het hof acht de door de raadsman gestelde gang van zaken aannemelijk. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte bij de beslissing waarvan beroep appellant niet ontvankelijk verklaard. Die beslissing moet worden vernietigd.(...) Het hof is van oordeel, dat appellant het aan zichzelf te wijten heeft, dat hij als verdachte in verzekering is gesteld, nu hij, naar hij zelf heeft erkend, onware mededelingen heeft gedaan in zijn aangifte van diefstal van de door hem bestuurde vrachtauto. Daarom acht het hof voor toekenning van een schadevergoeding wegens de ondergane verzekering geen gronden van billijkheid aanwezig.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- W.C. den Daas
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
