ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9268
Gerechtshof Amsterdam · 14-04-2003 · zaaknummer 99/03274
Inhoudsindicatie
Van 1994 tot 1998 is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld naar een aantal verdachten onder wie belanghebbende op verdenking van deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140, leden 1 en 3, van het Wetboek van Strafrecht alsmede overtreding van de Opiumwet. Belanghebbende is aangehouden, strafrechtelijk vervolgd maar door de strafkamer van het Hof vrijgesproken. De inspecteur stelt belanghebbendes inkomen 1994 (in afwijking op de aangifte) op ¦ 10 miljoen en het vermogen op ¦ 10 miljoen per 1 januari 1995 en ¦ 20 miljoen per 1 januari 1996. De belastingkamer van het Hof oordeelt dat belanghebbende substantieel meer inkomen en vermogen heeft gehad dan is aangegeven, en grondt dat op de volgende omstandigheden: (1) uit het strafrechtdossier wordt afgeleid dat sprake was van een organisatie van de in het onderzoek betrokken personen, gericht op zakelijke activiteiten en daarmee op het behalen van winst, (2) belanghebbendes advocaat heeft in de strafzaak een overzicht van belanghebbendes vermogen gegeven, dat veel hoger uitkwam dan de aangifte en belanghebbende heeft het verschil niet verklaard, (3) belanghebbende woonde om niet, in ruil voor het verrichten van onderhoud, in een huis met een waarde van ¦ 1,2 miljoen dat eigendom was van een Liechtensteinse vennootschap; het Hof acht dat zo afwijkend van hetgeen gebruikelijk is dat belanghebbende daarvoor een verklaring dient te geven, wat hij niet doet en (4) het Hof concludeert dat belanghebbende op enige wijze betrokken is geweest bij de aankoop van een woning in Spanje. Het Hof concludeert dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan en dat bewijslast moet worden omgekeerd. Omtrent de vraag of de hoogte van de aanslag redelijk is, oordeelt het Hof dat in een situatie als deze, waarbij sprake is van een organisatie, gericht op het behalen van winst, welke op zodanige wijze is opgezet en wordt gedreven dat ieder gegeven omtrent de behaalde omzet en winst buiten het zicht blijft van de inspecteur en van andere autoriteiten, niet van de inspecteur kan worden verwacht dat hij een meer concrete schatting geeft van het daarmee behaalde inkomen en vermogen dan in casu is geschied. Het Hof acht de schatting niet onredelijk. Het Hof gaat voorbij aan het aanbod om alsnog getuigen te doen horen. Belanghebbende heeft als toelichting op dat aanbod ter zitting gesteld dat de getuigen informatie kunnen geven over drugstransporten die in het strafrechtelijk onderzoek aan hem zijn toegeschreven. Het Hof is van oordeel dat getuigenverklaringen over dit onderwerp geen nader licht kunnen werpen op het geschil aangezien het Hof zijn oordeel niet baseert op de omstandigheid dat belanghebbende bij drugstransporten betrokken is geweest.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
