Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2003:AF9257

Gerechtshof Amsterdam · 21-05-2003 · zaaknummer 01/02706

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende is een uitzendorganisatie die in de jaren 1993 tot en met 1996 werknemers heeft uitgezonden die de Engelse nationaliteit hebben en afkomstig zijn uit het Verenigd Koninkrijk. Deze Engelse uitzendkrachten werkten voor in Nederland gevestigde opdrachtgevers. In de jaren 1993 tot en met 1996 had belanghebbende tussen de 101 en 190 Engelse uitzendkrachten in dienst. In de jaren 1994 tot en met 1996 verstrekte belanghebbende aan alle in dienst zijnde Engelse uitzendkrachten vergoedingen voor avondmaaltijden, kosten van vertier, de werkelijke kosten voor huisvesting op declaratiebasis, de werkelijke kosten voor het reizen van en naar het thuisland op declaratiebasis en de reiskosten woning-werk. In 1993 ontvingen de Engelse uitzendkrachten een vaste vergoeding per week voor de eerdergenoemde kostensoorten. In 1998 is bij belanghebbende een deelonderzoek van haar aangiften loonheffing ingesteld. Tijdens dit onderzoek is een aantal van de door belanghebbende in 1996 verstrekte vergoedingen per week beoordeeld. De gehanteerde methodiek staat bekend als de guldenssteekproef. De inspecteur en de gemachtigde van belanghebbende zijn na een bespreking tot de conclusie gekomen dat de belastingdienst de steekproef overeenkomstig de regels voor een aselecte steekproef heeft uitgevoerd. In de steekproef zijn 26 weekvergoedingen die zijn betaald in 1996 betrokken van 22 Engelse uitzendkrachten. De steekproef leidt tot de uitkomst dat de verwachte fout f.316.909 beloopt. Bij de naheffingsaanslag loonheffing voor het jaar 1996 heeft de inspecteur laatstgenoemd bedrag afgerond tot op f.317.000 en daarover 40% loonheffing nageheven. Voor de jaren 1993 tot en met 1995 zijn met gebruikmaking van de uitkomst van de guldenssteekproef over 1996 eveneens naheffingsaanslagen loonheffing opgelegd. Hof: Belanghebbende draagt de bewijslast omtrent de woonplaats (in het Verenigd Koninkrijk) van de Engelse uitzendkrachten die bij haar in dienst waren. Belanghebbende heeft geen bewijs geleverd inzake de woonplaats van haar Engelse werknemers. Naar het oordeel van het Hof vangt de termijn van twee jaar als bedoeld in artikel 15, tweede lid, onderdeel e, van de Wet aan op de eerste dag waarop de werknemer zijn huisvesting in verband met het verrrichten van arbeid in dienstbetrekking tijdelijk buiten zijn woonplaats heeft en dat het niet van belang is wanneer de dienstbetrekking is begonnen in verband waarmee de huisvesting buiten de woonplaats is verkregen. Belanghebbende heeft geen kosten en inwoning verstrekt maar een vergoeding van de kosten van avondmaaltijden en tijdelijke huisvesting. Naar het oordeel van het Hof is de onderzoeksmethode zoals die door de inspecteur is gehanteerd een betrouwbare schatting van de omvang van de fouten in de inhoudingen van loonheffing door belanghebbende. De uitkomst van de uitgevoerde guldenssteekproef is voldoende betrouwbaar. De hoogte van de naheffingsaanslagen over de jaren 1993 tot en met 1995 kan door extrapolatie worden afgeleid van de hoogte van de naheffingsaanslag over 1996.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.