ECLI:NL:GHAMS:2003:AF5112
Gerechtshof Amsterdam · 21-02-2003 · zaaknummer 02/02376
Inhoudsindicatie
Tussen partijen is het tijdstip van aftrekbaarheid van persoonlijke verplichtingen (WAZ-premies) in geschil. Art. 45b, eerste en tweede lid en art. 38, eerste lid, Wet IB 1964. Beide partijen ontlenen in casu hun standpunt aan de voor de belastingplichtige bestemde bankafschriften: belanghebbende aan de op die afschriften door de bank vermelde eindsaldi per 31 december 2000 en verweerder aan de op die afschriften vermelde rentedata (1 januari 2001). Belanghebbende heeft naar het oordeel van het Hof aannemelijk gemaakt dat het met de WAZ-premies gemoeide bedrag uiterlijk op 31 december 2000 van zijn bankrekening is afgeschreven. De stellingen van verweerder dat een betalingsopdracht geannuleerd kan worden tot aan het moment van de rentedatum en omtrent de op de bankafschriften vermelde rentedatum 1 januari 2001 leiden niet tot een ander oordeel.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
