ECLI:NL:GHAMS:2002:AO2448
Gerechtshof Amsterdam · 14-05-2002 · zaaknummer 99/90174
Inhoudsindicatie
Het ligt op de weg van de inspecteur om aannemelijk te maken dat belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de onderhavige door haar aan de aangever ter hand gestelde certificaten ongeldig waren. Naar het oordeel van het Hof is de inspecteur daarin niet geslaagd. Niet gebleken is dat belanghebbende reeds toen zij de certificaten ontving en deze bij de aangifte door de aangever liet overleggen, van de mogelijke ongeldigheid daarvan op de hoogte was. Evenmin was er toen voor haar reden om aan die geldigheid te twijfelen en dienaangaande bij de exporteur een nader onderzoek te doen instellen. Dit leidt tot de conclusie dat belanghebbende niet als schuldenaar in de zin van de derde volzin van artikel 201, derde lid, van het CDW jo. artikel 54 Douanebesluit is aan te merken.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
