ECLI:NL:GHAMS:2002:AF2187
Gerechtshof Amsterdam · 06-08-2002 · zaaknummer 01/01474
Inhoudsindicatie
X werkt bij de Koninklijke Marine op een marineschip en heeft in 1999 in het kader van een uitzending gedurende 124 dagen verbleven in de V.S. en het Caribische gebied. Het Hof oordeelt dat X tijdens zijn uitzending met inbegrip van reisdagen in totaal 71 dagen heeft verbleven in dan wel op het continentaal plateau van landen die zijn gelegen in Latijns-Amerika en dus terecht een beroep doet op toepassing van de Nedecoregeling. X werkt bij de Koninklijke Marine op een marineschip. In 1999 heeft X op dit schip in het kader van een uitzending gedurende 124 dagen gevaren in de V.S. en het Caribische gebied. Uit het uittreksel van het scheepsjournaal blijkt dat de reis eerst naar de VS is gegaan en dat vervolgens naar het Caribische gebied en vandaar terug is gereisd naar Den Helder. Het door X gedane beroep op toepassing van de Nedeco-regeling wordt door de inspecteur in bezwaar afgewezen. In beroep is in geschil of kostenaftrek op grond van de zogenaamde Nedeco-regeling mogelijk is; in het bijzonder verschillen partijen van opvatting over het begrip uitzending, de duur van de uitzending, het begrip reisdagen, over de vraag welke gebieden tot het continentaal plateau van een staat gerekend worden en tot slot de omvang van de kostenaftrek. X doet voorts een beroep op het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur en op de hardheidsclausule. Volgens het Besluit is de regeling van toepassing op uitzendingen naar één der landen van Latijns-Amerika met inbegrip van het continenaal plateau van zo’n land. Het Hof oordeelt dat het verblijf in het Caribische gebied voor de toepassing van de Nedecoregeling als één uitzending heeft te gelden. Volgens het Hof hoeven de mee te tellen reisdagen daarbij niet te worden bepaald volgens een nadien genomen Besluit van de staatssecretaris waarin het begrip reisdagen is beperkt. Het Hof oordeelt verder dat X terecht heeft gesteld dat onder het continentaal plateau van een staat op basis van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee moet worden verstaan de zeebodem tot een afstand van 200 zeemijl van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee wordt gemeten en concludeert aan de hand van het door X overgelegde scheepsjournaal dat X tijdens zijn uitzending met inbegrip van reisdagen in totaal 71 dagen heeft verbleven in dan wel op het continentaal plateau van landen die zijn gelegen in Latijns-Amerika. Volgens het Hof heeft X daarom op grond van de Nedeco-regeling recht op de 35%-aftrek voor een periode van 71 dagen. Het door X gedane beroep op de hardheidsclausule en schending van het gelijkheidsbeginsel wordt door het Hof verworpen. X heeft - tegenover de weerspreking door de inspecteur - niet aannemelijk gemaakt dat er binnen de eenheid waaronder hij ressorteert, sprake is van de door hem bepleite aftrek voor de gehele duur van de uitzending in meer dan de helft van de vergelijkbare gevallen. X stelling dat in dit verband de bewijslast voor zijn stellingen op de inspecteur rust, verwerpt het Hof omdat deze stelling onjuist is. (Beroep gegrond, staatssecretaris in cassatie).
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
