ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6617
Gerechtshof Amsterdam · 10-06-2002 · zaaknummer 01/0278
Inhoudsindicatie
Belanghebbende produceert onder meer de alcoholvrije drank A die voor 10% uit vruchtensap bestaat, voor 6% uit magere yoghurt en voorts uit suiker en toegevoegd water. In geschil is of A valt aan te merken als een uit melk of melkproducten bereide drank met een gehalte aan melkvetten van 0,02%mas of meer waarin zich melkeiwit en melksuiker bevinden, in de zin van artikel 9, derde lid, onderdeel a, van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere producten. Ervan uitgaande dat artikel 9, derde lid, onderdeel a van de Wet naast de voorwaarde inzake het melkvetgehalte een afzonderlijke eis stelt inzake de bereiding van de drank uit melk of melkproducten, wordt naar ’s Hofs oordeel in casu aan die voorwaarde voldaan. De enkele omstandigheid dat het eindproduct A, na toevoeging van water, slechts voor 6% uit yoghurt bestaat is naar ’s Hofs oordeel niet voldoende om te oordelen dat de drank niet uit melk of melkproducten wordt bereid, nu evenbedoelde wetsbepaling ter zake geen kwantitatieve eisen stelt.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
