Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2002:AE6610

Gerechtshof Amsterdam · 02-07-2002 · zaaknummer 01/01256

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende exploiteert in de vorm van een eenmanszaak een coffeeshop. In de coffeeshop worden onder meer softdrugs verkocht. De inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratieplicht als bedoeld in artikel 52 AWR. Om die reden dient, aldus de inspecteur, het beroep, gelet op artikel 27e, aanhef en onderdeel b, AWR, te worden afgewezen, tenzij belanghebbende ervan doet blijken dat en in hoeverre de bestreden uitspraak onjuist is. De inspecteur heeft zich ter onderbouwing van zijn stelling gebaseerd op de omstandigheid dat het uit belanghebbendes administratie af te leiden brutowinstpercentage (22,3%) behaald met de verkopen van softdrugs significant afwijkt van het in de branche gebruikelijke bruto winstpercentage (50%), en dat belanghebbende hiervoor geen plausibele verklaring heeft gegeven. De inspecteur heeft geen andere omstandigheden aangevoerd. Er heeft geen controle op de administratie van belanghebbende plaatsgevonden. Hof: Indien het uit de administratie af te leiden brutowinstpercentage significant afwijkt van hetgeen in de branche gebruikelijk is, vormt dit een aanwijzing dat de administratie geen betrouwbare weergave van het bedrijfsresultaat bevat. Zonder meer vormt dit gegeven echter onvoldoende basis voor het oordeel dat belanghebbende niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan en dat op die grond een omkering van de bewijslast geboden is als bedoeld in artikel 27e, aanhef en onderdeel b, AWR. Zulks geldt te meer nu belanghebbende in het onderhavige geval een verklaring heeft gegeven voor het verschil tussen het brutowinstpercentage dat volgens de inspecteur gebruikelijk is en het uit de administratie van belanghebbende af te leiden bruto winstpercentage. Nu geen onderzoek naar de deugdelijkheid van de administratie is verricht, terwijl voorts de inspecteur heeft verklaard dat de administratie voldoende was om de omzet te kunnen vaststellen, acht het Hof hem niet geslaagd in het bewijs dat belanghebbende niet aan zijn administratieplicht heeft voldaan. Voor een omkering van de bewijslast als bedoeld in artikel 27e, aanhef en onderdeel b, AWR ziet het Hof derhalve onvoldoende grond.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.