ECLI:NL:GHAMS:2002:AE2141
Gerechtshof Amsterdam · 23-04-2002 · zaaknummer 00/0283
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verkrijgingspijs van de aandelen niet onder normale omstandigheden tot stand is gekomen, als bedoeld in artikel 39, lid 5 Wet IB, en aldus op een hoger bedrag dient te worden gesteld. Voorts is bepaald dat in een geval, zoals zich hier voordoet, waarin de tegenprestatie bij de verkoop mede bestaat uit een recht op een toekomstige opbrengst waarvan de omvang onzeker is, dient de overdrachtsprijs als bedoeld in artikel 39, lid 4 Wet IB te worden bepaald met inachtneming van de geschatte waarde van dat recht. Beroep ongegrond.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
