ECLI:NL:GHAMS:2001:AD4462
Gerechtshof Amsterdam · 09-08-2001 · zaaknummer 00/03905
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft over 1999 aangifte gedaan. De aangifte is door de belastingdienst ontvangen op 17 mei 2000. Belanghebbende heeft op 19 juni 2000 een lijfrenteverzekering afgesloten en op 29 juni 2000 een bedrag van ¦ 30.000 aan lijfrentepremies voldaan. De inspecteur heeft met dagtekening 14 juli 2000 de aanslag overeenkomstig de ingediende aangifte opgelegd. In zijn als bezwaarschrift aangemerkte brief van 8 augustus 2000 heeft belanghebbende de inspecteur verzocht zijn aangifte te corrigeren met de op 29 juni 2000 betaalde lijfrentepremies van ¦ 30.000. De inspecteur heeft dit verzoek afgewezen. Naar het oordeel van het Hof is de eis in artikel 45b, tweede lid, Wet IB, dat het verzoek bij de aangifte moet worden gedaan van zo dwingende aard dat indien het verzoek bij die gelegenheid niet wordt gedaan, het recht komt te vervallen om die premies aan te merken als zijnde betaald in het jaar waarop de aangifte betrekking heeft. Het Hof baseert dit oordeel op de duidelijke wettekst en de ontstaansgeschiedenis daarvan. Ook is niet voldaan aan de door de Staatssecretaris in zijn Resolutie van 24 juni 1993, nr. DB93/2882M gestelde voorwaarden zodat een beroep op de Resolutie belanghebbende derhalve ook niet kan baten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
