ECLI:NL:GHAMS:2001:AD3937
Gerechtshof Amsterdam · 22-08-2001 · zaaknummer 00/00124
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is sinds 1988 eigenaresse van een bedrijfspand dat in 1906 is gebouwd. Het pand wordt verhuurd aan een naamloze vennootschap die er sinds 1949 een indonesisch exploiteert. Belanghebbende heeft telkenjare in haar aangifte inkomstenbelasting 3 procent van de totale aanschafprijs van het pand als afschrijvingskosten ten laste van haar inkomen gebracht. Bij de aanslagregeling voor het onderhavige jaar 1997 heeft de inspecteur zich op het standpunt gesteld dat rekening dient te worden gehouden met een restwaarde (de waarde van de grond) en dat de restwaarde van de opstal over 50 jaar (gerekend vanaf 1988) 50 procent beloopt. Belanghebbende stelt dat een verdeling tussen grond en opstal niet van belang is nu in haar visie sprake is van de aankoop van een voorraad huurpenningen. Hof: De stelling van belanghebbende dat het bij beleggen in vastgoed niet uitmaakt in hoeverre de waarde van de belegging is terug te voeren op de waarde van de opstal respectievelijk ondergrond en dat derhalve kan worden afgeschreven op de totale aanschafprijs inclusief de ondergrond wordt verworpen nu deze geen steun vindt in het recht. Belanghebbende maakt niet aannemelijk dat de grondwaarde na 30 jaar nihil zal bedragen laat staan dat sprake zal zijn van een negatieve grondwaarde. De taxateurs van beide partijen gaan uit van een positieve grondwaarde na 30 jaar. Beide taxaties geven een te verwaarlozen verschil te zien van de grondwaarde in 1988. Hof gaat uit van de uitkomst in het rapport van de taxateur van belanghebbende. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het pand 30 jaar na de aankoop geen restwaarde meer heeft. De inspecteur maakt evenmin aannemelijk dat die restwaarde 50% van de aanschafprijs beloopt. Hof stelt de restwaarde van de opstal in goede justitie op 20% van de aanschafprijs. Het Hof verwerpt het standpunt van belanghebbende dat het de inspecteur kenbaar is geweest dat sedert de aankoop van het pand in 1988 werd afgeschreven over de aanschafprijs inclusief de ondergrond. Uit de bijlage bij de aangifte kan evenwel zonder meer worden opgemaakt dat belanghebbende een afschrijvingspercentage van 3 hanteerde. Ook in de jaren vóór 1997 is dat (niet ongebruikelijke) percentage gehanteerd. Belanghebbende mocht er op vertrouwen dat 3% als zodanig acceptabel is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
