ECLI:NL:GHAMS:2001:AC2731
Gerechtshof Amsterdam · 27-08-2001 · zaaknummer 00/3505
Inhoudsindicatie
Betreft de tijdigheid van een bezwaar door degene van wie is ingehouden tegen het bedrag dat door een inhoudingsplichtige van hem is ingehouden. Het Hof gaat ervan uit dat ook een dergelijk bezwaar binnen een bepaalde termijn moet worden ingesteld en dat die termijn overeenkomstig art. 6:7 AWB zes weken bedraagt. Nu de laatste in geschil zijnde inhouding volgens partijen op 25 februari 2000 heeft plaatsgevonden, had het bezwaar tegen die inhouding uiterlijk 7 april 2000 moeten zijn ingediend. De inspecteur heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof terecht niet-ontvankelijk verklaard. Deze niet-ontvankelijk-verklaring houdt geen schending in van artikel 6 EVRM.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
