ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2170
Gerechtshof Amsterdam · 18-05-2001 · zaaknummer 98/1417
Inhoudsindicatie
Inbreng van een onderneming (aandeel in een vof) na twee dagen gevolgd door overdracht aan een derde. Het hof acht aannemelijk dat deze laatste overdracht tevoren was overeengekomen. Onder die omstandigheden is naar het oordeel van het Hof geen sprake van een overdracht van (een gedeelte van) een onderneming als bedoeld in artikel 45, vijfde lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet. Daaraan doet niet af dat de BV kort na de overdracht van haar aandeel in de vof andere ondernemings-activiteiten is gaan verrichten in dezelfde branche als waarin de vof werkzaam was. Ook wordt daarin geen verandering gebracht door de omstandigheid dat het aandeel van Horeca BV in de vof niet is overgedragen aan een willekeurige derde, maar aan de mede-vennoot, dat deze overdracht het gevolg was van een terugtreden van belanghebbende uit de vof en dat dit terugtreden noodzakelijk was geworden door de teruglopende resultaten van de vof en de verslechterde verhouding tussen de vennoten. Evenmin is sprake van een ‘reëel geval’ waarin de staatssecretaris een tegemoetkomende houding heeft toegezegd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
