ECLI:NL:GHAMS:2001:AB2044
Gerechtshof Amsterdam · 28-05-2001 · zaaknummer 99/03496
Inhoudsindicatie
Het geschil betreft de vraag of de naheffingsaanslag BPM en omzetbelasting terecht is opgelegd. Belanghebbende meent dat het onmiddellijk opleggen van een naheffingsaanslag niet in overeenstemming is met het door de Belastingdienst gevoerde “waarschuwingsbeleid”. Het Hof is van oordeel dat de inspecteur de in geschil zijnde naheffingsaanslag voor zover het betreft de BPM niet had mogen opleggen zonder belanghebbende in de gelegenheid te stellen de auto weer buiten Nederland te brengen. Nu de auto inmiddels daadwerkelijk buiten Nederland is gebracht is het gelijk in zoverre aan belanghebbende. De heffing van omzetbelasting is gebaseerd op onderdeel c van artikel 1 van de Wet OB. In dit artikel is als belastbaar feit opgenomen de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen die niet valt onder de omschrijving van artikel 1, onderdeel b, van de Wet. De inspecteur heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door belanghebbende niet althans onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een levering van de auto heeft plaatsgevonden. De naheffingsaanslag is ook met betrekking tot de omzetbelasting ten onrechte opgelegd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
