ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1742
Gerechtshof Amsterdam · 15-03-2001 · zaaknummer 99/3611 - 15/3/01 - 3e MK
Inhoudsindicatie
Het betreft hier de zaak die door de Hoge Raad in zijn arrest van 19 november 1999 (HR BNB 2000/256) naar dit Hof is verwezen. Belanghebbende, een fysiotherapeut, heeft met ingang van 1 januari 1992 tezamen met twee anderen in maatschapsverband een fysiotherapiepraktijk overgenomen. De totale overnamesom had enerzijds betrekking op particulier verzekerden en anderzijds op ziekenfondsverzekerden. De inspecteur heeft zich op het standpunt gesteld dat een deel van de overnamesom is betaald ter verkrijging van het onlichamelijke bedrijfsmiddel 'ziekenfondscontract' waarop niet kan worden afgeschreven. In genoemd arrest heeft de Hoge Raad beslist dat indien een reële mogelijkheid bestaat dat een ziekenfonds in geval van het niet volledig benutten van het in een ziekenfondscontract van belanghebbende vastgelegde aantal zittingen een korting zal toepassen in het kader van het door de overheid gevoerde volume-mutatiebeleid, of daarin aanleiding zal vinden het contract niet te verlengen, dat contract in zoverre op één lijn te stellen is met goodwill. Het Hof acht aannemelijk geworden dat door de ziekenfondsen vanaf begin jaren negentig met betrekking tot het vestigings- en spreidingsbeleid een omwenteling in gang is gezet die erop neer komt dat stringentere normen worden gesteld aan het contracteerbeleid en het volumemutatie-beleid. Het ziekenfondscontract is derhalve op één lijn te stellen met goodwill.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
