ECLI:NL:GHAMS:2001:AB1317
Gerechtshof Amsterdam · 28-03-2001 · zaaknummer 99/1349
Inhoudsindicatie
Belanghebbende oefent het levensverzekeringsbedrijf uit. Tot haar producten behoren koopsompolissen en premiebetalende verzekeringen met winstgarantie. In geschil is de berekening van de premiereserve voor deze producten. 1. De premiereserve voor de koopsompolissen moet worden berekend hetzij met inachtneming van de door belanghebbende bij de tarifering van de koopsompolissen van tijd tot tijd feitelijk gehanteerde rentevoet, hetzij op een andere wijze die bij benadering tot hetzelfde resultaat leidt. Als zodanig kan worden aangemerkt een berekening met inachtneming van een rekenrente van 4% en met activering van “rentestandskortingen” (RSK) waarvan de afschrijvingsmethode aansluit bij het feitelijke verloop van de geactiveerde RSK, en niet overeenkomstig de in het Convenant onder C gegeven methode, zoals belanghebbende voorstaat. Het Hof honoreert echter het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel, zulks gelet op de handelwijze van het Ministerie van Financiën, begin 70’er jaren, en van de inspecteur, eind 80’er jaren, welke bij belanghebbende ten minste de indruk heeft kunnen wekken dat deze kwestie door de belastingdienst op haar fiscale merites was beoordeeld en dat de terzake door de inspecteur gevolgde gedragslijn berustte op een weloverwogen standpuntbepaling waarbij de door belanghebbende (en de overige Nederlandse levensverzekeraars) gehanteerde methode in overeenstemming werd geacht met de hoofdregel van het Convenant. Het Hof overweegt ten overvloede dat, nu sprake is van een (ook door andere levensverzekeraars) sinds jaar en dag gevolgde gedragslijn, het in de rede ligt het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2000, nr. 34 169, BNB 2000/275c, van overeenkomstige toepassing te verklaren in die zin dat aan belanghebbende een termijn wordt gegund om op de thans juist bevonden berekeningsmethode van de premiereserve over te schakelen en daarbij aan te sluiten bij de door de Hoge Raad genoemde termijn van 1 september 2000 welke vervolgens door de staatssecretaris van Financiën (Besluit van 21 juli 2000, nr. B/CPP 2000/1127) is verlengd tot 1 januari 2001. 2. Ook de premiereserve voor de garantiepolissen moet worden berekend met inacht-neming van de aan de desbetreffende polis feitelijk ten grondslag liggende rentevoet en uitgaande van het totaal van de voor belanghebbende uit de polis voortvloeiende rechten en verplichtingen, derhalve inclusief de winstgarantie. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat haar verplichtingen uit hoofde van de garantiepolissen vanwege de mogelijkheid van tussentijdse beëindiging meer belopen dan door de inspecteur berekend. Voor dat meerdere mag een voorziening worden gevormd conform de berekeningen van belanghebbende, welke door de inspecteur onvoldoende gemotiveerd zijn betwist.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
