ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0588
Gerechtshof Amsterdam · 31-01-2001 · zaaknummer 99/1787
Inhoudsindicatie
Belanghebbende maakt deel uit van de H-groep, die automobielbedrijven exploiteert en dealer is van het merk Q. Zij is lid van de Q Dealer Vereniging Nederland (hierna: de Vereniging). De Vereniging organiseert jaarlijks voor de directieleden van de Q-dealers en hun partners een meerdaagse reis naar het buitenland. Tijdens het verblijf in het buitenland vindt de jaarvergadering van de Vereniging plaats die maximaal drie en een half uur duurt. Voorts worden tijdens het verblijf in het buitenland excursies, buffetten, galadiners, andere sociale activiteiten en culturele avonden georganiseerd. Directieleden van belanghebbende hebben met hun partners deelgenomen aan de reizen van de Vereniging. Belanghebbende heeft hun vliegkaarten, hotelverblijf, lunches, diners, excursies en zakgeld betaald. In geschil is of belanghebbende loon in natura heeft verstrekt aan haar directieleden door het bekostigen van de deelname van hun partners aan de reizen van de Vereniging, hoe groot de besparingswaarde van de verstrekking aan de directieleden en hun partners bedroeg, of de reis in 1997 als een personeelsreis in de zin van artikel 16c van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 kwalificeert en of de verstrekking daarvan gedeeltelijk vrijgesteld is van heffing. Het Hof oordeelt dat de reizen, gelet op hun reisdoel en programma, voor de partners van de directeuren nagenoeg uitsluitend het karakter hadden van een vakantiereis en dat zij meegingen uit eigen persoonlijke behoeftenbevrediging en die van haar echtgenoot. Ook in 1997 kon niet staande worden gehouden dat het meereizen van de partners zakelijk samenhing met de uitoefening van de dienstbetrekking door de directie. Belanghebbende voldoet niet aan haar bewijslast dat de privé besparing vóór 1997 minder bedroeg dan de waarde in het economische verkeer (Hoge Raad 21 maart 1990, BNB 1990/136). Zij had daarvoor informatie moeten inbrengen over het patroon van vakantiereizen van vergelijkbare belastingplichtigen en voorts het Hof moeten informeren over het besteedbare inkomen van de drie echtparen en over hun gezinsomstandigheden. Betekenis mist haar stelling dat deze reizen niet passen in het bestedingspatroon van haar directieleden; het gaat erom wat vergelijkbare belastingplichtigen plegen te doen. Nu resteert het Hof niet anders dan de inspecteur te volgen die de omvang van de besparing heeft gesteld op de bedragen die belanghebbende heeft uitgegeven, de kostprijs van de reizen, en deze bedragen als de waarde in het economische verkeer aan te merken. De reizen zijn naar het oordeel van het Hof aan te merken als aan werknemers verstrekte personeelsreizen in de zin van artikel 16c, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling. De deelname aan de personeelsreizen stond open voor ten minste driekwart van de werknemers van een organisatorische of functionele eenheid, het bestuur van belanghebbende en tevens van de H-groep. Op de waarde van de in 1997 verstrekte personeelsreizen brengt het Hof de vervoerskosten van de directieleden in mindering brengen, omdat die kosten hoe dan ook moesten worden gemaakt om de directie in staat te stellen de jaarvergadering van de Vereniging bij te wonen. Vervolgens komt de vrijstelling als bedoeld in meergenoemd artikel 16c ter grootte van f 750 per werknemer aan de orde.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
