ECLI:NL:GHAMS:2001:AB0587
Gerechtshof Amsterdam · 07-02-2001 · zaaknummer 98/5401
Inhoudsindicatie
Belanghebbende, een levensverzekeringsmaatschappij, wil haar voorziening voor verzekeringsverplichtingen naar zwaardere grondslagen herrekenen. Zij houdt de zogeheten unit-linked verzekeringsproducten buiten deze herrekening. Het Hof is van oordeel dat het Niederstwertprinzip van het Convenant voorschrijft dat de premiereserve omgerekend wordt op basis van het gemiddelde rendement van de gehele beleggingsportefeuille. Het Convenant laat niet toe het rendement op beleggingen die dienen ter dekking van bepaalde verzekeringen zoals unit-linked verzekeringen buiten de vaststelling van deze intrestvoet te laten en de intrestvoet af te leiden uit het rendement van de overige beleggingen. Het Hof wijst ook af de stelling van belanghebbende dat het begrip intrestvoet als bedoeld in voorwaarde 2 onder letter b van het Niederstwertprinzip betrekking heeft op enkel de rentebaten van haar beleggingsportefeuille en dat bijvoorbeeld dividenden, huurinkomsten en koerswinsten daaronder niet vallen. De onderneming van belanghebbende werd tot 1 november 1990 uitgeoefend voor rekening van een in het VK gevestigde Plc. door middel van een vaste inrichting in Nederland. Tot het vermogen van de vaste inrichting behoorden enkele onroerende zaken, aangeduid als het UKP (United Kingdom Property), die een fictieve vaste inrichting vormden wier winst wordt bepaald overeenkomstig goed koopmansgebruik. Belanghebbende heeft het UKP per ultimo 1980 gewaardeerd op marktwaarde in plaats van op kostprijs minus afschrijvingen en aldus een herwaarderingswinst geboekt. Belanghebbende heeft tot deze stelselwijziging besloten met het oog op invoering van het Verdrag dat de winst behaald bij vervreemding van onroerende zaken voortaan ter belastingheffing toewees aan de bronstaat. Door het nemen van herwaarderingswinst beoogde belanghebbende heffing over de waardevermeerdering van het UKP die ingeval van vervreemding tot ultimo 1980 aan het VK toekwam te voorkomen, zodat dat gedeelte van de in de toekomst vermoedelijk te realiseren vervreemdingswinst werd onttrokken aan de heffingsbevoegdheid van Nederland. Het Hof is verder van oordeel dat het UKP, dat diende ter dekking van verzekeringsverplichtingen, een bedrijfsmiddel vormde dat gewaardeerd behoort te worden op kostprijs minus afschrijvingen, zodat het nemen van winst op de onroerende zaken zonder realisatie van die winst, doch louter door waardering op marktwaarde, in strijd is met goed koopmansgebruik.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
