Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2000:AM7953

Gerechtshof Amsterdam · 07-11-2000 · zaaknummer 0165/97

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

In casu gaat het om goederen die gezamenlijk in twee containers in Nederland zijn aangekomen en waren bestemd om gezamenlijk tot een aantal van 318 fietsen te worden geassembleerd. De aangiften ten invoer in het vrije verkeer met betrekking tot die goederen zijn daarna gedaan binnen een kort tijdsbestek van elf dagen bij hetzelfde aangiftepunt en door dezelfde aangever. Onder deze omstandigheden mochten de op de aangiften vermelde goederen voor de toepassing van het GDT worden beoordeeld alsof zij tezamen op één aangifte waren ingevoerd, aldus de Tariefcommissie. Verder heeft naar het oordeel van de Tariefcommissie de inspecteur daarvan uitgaande zich terecht op het standpunt gesteld dat de goederen met toepassing van indelingsregel 2-a moeten worden aangemerkt als rijwielen van post 8712 00 30 van het GDT. Door vermelding van een onjuiste tariefpost in de litigieuze aangiften is een lager bedrag aan douanerechten geboekt dan het wettelijk verschuldigde bedrag; op grond van artikel 220, lid 1, CDW dienen de niet geheven douanerechten te worden nagevorderd, tenzij navordering op grond van het bepaalde in lid 2, letter b, achterwege dient te blijven. In dit geval heeft een douaneambtenaar in het kader van een controle op onder meer de aangegeven tariefpost de goederen daadwerkelijk onderzocht. De verificatie is beëindigd op een tijdstip dat alle aangiften waren gedaan. Uit de mededelingen van beëindiging van de verificatie bleken de aangegeven posten van het GDT niet te zijn gewijzigd; de douanerechten zijn conform de aangiften geheven en voldaan. Daarmee is naar het oordeel van de Tariefcommissie sprake van een actieve gedraging die als een vergissing van de douaneautoriteiten in de zin van laatstgenoemde bepaling moet worden aangemerkt. Op grond van hetgeen partijen met betrekking tot het overleg tussen belanghebbende, diens opdrachtgever en de douane en belanghebbende over en weer hebben gesteld, acht de Tariefcommissie aannemelijk dat het aan belanghebbende ten tijde van het doen van de aangiften niet volkomen duidelijk was of moest zijn dat de douane de goederen met zekerheid als rijwielen in niet-gemonteerde staat zou aanmerken; belanghebbende kon daarom menen dat de door haar aangegeven tariefposten juist waren. Het volgen van die aangiften kan daarom worden aangemerkt als een vergissing, die belanghebbende redelijkerwijs niet kon ontdekken. Dit leidt tot het oordeel dat aan de de voorwaarden van artikel 220, lid 2, letter b, CDW is voldaan, zodat de navordering achterwege had moeten blijven.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.