Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2000:AL6262

Gerechtshof Amsterdam · 07-11-2000 · zaaknummer 0056/97

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De Tariefcommissie is van oordeel dat door de schriftelijk mededeling zoals in casu, waarmee ervan kennis is gegeven dat bij het kantoor van vertrek nog geen terugzendingsexemplaar was ontvangen, belanghebbende in voldoende mate is ingelicht ter zake waarvan de uitnodiging tot betaling werd gedaan. Het standpunt van belanghebbende dat de uitnodiging tot betaling vanwege een motiveringsgebrek moet worden vernietigd, wordt verworpen. Belanghebbende heeft niet voldoende aannemelijk gemaakt dat de goederen daadwerkelijk eerst naar een loods in Cadiz zijn gebracht en pas daar door verbreking van het douaneloodje aan het douanetoezicht zijn onttrokken. Belanghebbende is in het bezit gekomen van souche nr. 2 van het carnet TIR, waarop, zoals uit de aannemelijke verklaring van de Spaanse douaneautoriteiten is gebleken, een vals stempel en handtekening voorkomen. Deze omstandigheid is op zichzelf onvoldoende aanleiding om de onttrekking van de goederen aan het douanetoezicht aan te nemen. De inspecteur heeft niet aannemelijk gemaakt dat belanghebbende betrokken was bij door derden verrichte onttrekkingshandelingen. Het standpunt van belanghebbende dat de houder van het carnet TIR niet aansprakelijk kan worden gesteld, omdat aan hem geen verplichting is opgelegd, wordt door de Tariefcommissie verworpen. In casu is niet voldaan aan de verplichting om de goederen op het kantoor van bestemming aan te brengen en het carnet TIR te zuiveren. Op grond van artikel 204, lid 1, letter a, CDW is een douaneschuld ontstaan, waarvoor belanghebbende als titularis van het document op basis van artikel 96 CDW aansprakelijk kan worden gesteld. Nu de douaneregeling van het externe douanevervoer onder geleide van een carnet TIR niet regelmatig is beëindigd, wordt met toepassing van artikel 215, lid 3, CDW de douaneschuld geacht te zijn ontstaan op de plaats waar de goederen onder de douaneregeling zijn gesteld, in casu Nederland. Derhalve hebben de douaneautoriteiten zich terecht heffingsbevoegd geacht.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.