ECLI:NL:GHAMS:2000:AA9107
Gerechtshof Amsterdam · 08-12-2000 · zaaknummer P99/02874
Inhoudsindicatie
In geschil is of de bijtelling op grond van artikel 42, derde lid, Wet IB terecht is. Op basis van gedingstukken ingebracht door de inspecteur en door belanghebbende oordeelt het Hof dat de inspecteur, op wie de bewijslast rust, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de werkgever aan belanghebbende een ‘auto van de zaak’ ter beschikking heeft gesteld. Belanghebbende was in het onderhavige jaar in dienst van de BV waarvan zijn vader en broer directieleden zijn. Sinds belanghebbende niet meer in dienst is van BV en hij naar een concurrent is overgestapt heeft hij geen contact meer met zijn familie. Het Hof acht het niet nodig om de vader van belanghebbende als getuige op te roepen omdat het zijn verklaring vanwege de verstoorde familierelatie bij voorbaat onvoldoende objectief acht. Het Hof ziet ervan af om de controller van BV als getuige op te roepen omdat het niet aannemelijk acht dat deze meer of anders zou verklaren dan hij schriftelijk reeds gedaan heeft.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
