ECLI:NL:GHAMS:2000:AA8194
Gerechtshof Amsterdam · 23-10-2000 · zaaknummer 98/05308
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is de moedermaatschappij van 16 besloten vennootschappen waarmee zij een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormt. Bij belanghebbende en haar dochtermaatschappijen werkten in het onderhavige jaar 1997 zeventien directeuren/grootaandeelhouders in dienstbetrekking. In de aangifte hield belanghebbende rekening met (17 x f.3.000 =) f.51.000 forfaitaire bijtelling van beperkt aftrekbare ‘Oortkosten’. Belanghebbende stelt in beroep dat de bijtelling beperkt dient te worden tot f.10.000 dan wel f.6.000; deze laatste stelling is gebaseerd op de omstandigheid dat slechts twee van de betreffende werknemers leidinggevende directeuren/grootaandeelhouders zijn. Hof: Toepassing van artikel 8, lid 2, Wet Vpb jo artikel 8a, lid 8, Wet IB leidt in casu niet tot een ontoelaatbare ongelijke behandeling als bedoeld in artikel 26, jo artikel 2, IVBPR.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
