ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7969
Gerechtshof Amsterdam · 18-10-2000 · zaaknummer 97/22095
Inhoudsindicatie
Belanghebbende claimt in haar aangifte vennootschapsbelasting telkenjare forse bedragen aan voorgeheven dividendbelasting en rentelasten. Op een verzoek om inlichtingen van de inspecteur worden overeenkomsten gezonden betreffende de aankoop door belanghebbende van de economische eigendom van (certicaten van) aandelen waarbij de koopsom schuldig is gebleven. Uit onderzoek van de inspecteur blijkt dat de verkoper inmiddels is overleden en dat deze de betreffende aandelen nooit in zijn bezit heeft gehad. Belanghebbende stelt dat haar administratie medio 1996 is beslag is genomen door ambtenaren van financiën. De inspecteur kan van die stelling na onderzoek geen bewijs vinden. In de conclusie van repliek vermeldt de toenmalige gemachtigde van belanghebbende dat de betreffende ambtenaren inmiddels nogmaals (in 1998) op bezoek zijn geweest en dat belanghebbende thans beschikt over een kopie van de legitimatiebewijzen en een bewijsstuk van inbeslagneming; voorts wordt vermeld dat de stukken in kopie aan het Hof zullen worden gezonden. De betreffende stukken zijn niet overgelegd. De inspecteur stelt primair dat belanghebbende alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar bezwaar. Hof: er is in elk geval een begin van motivering. Overigens heeft de inspecteur hier een zekere discretionaire bevoegdheid waarvan hij gebruik heeft gemaakt op de wijze zoals is geschied. Het ligt dan niet op de weg van het Hof om belanghebbende in de beroepsfase alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar bezwaar. Hof overigens: belanghebbende moet aftrekposten, rentelasten en voorgeheven dividendbelasting, aannemelijk maken. Belanghebbende is voluit in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat de administratie in beslag is genomen. Het gestelde effectenbezit is niet aannemelijk gemaakt. De gestelde rentebetalingen zijn niet aannemelijk gemaakt en evemin is aannemelijk dat dividend is genoten waarop dividendbelasting is ingehouden. Bewijslast keert om, zowel omdat de vereiste aangifte niet is gedaan als omdat niet is voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 van de AWR. Er is terecht een boete opgelegd wegens het te laat indienen van de aangifte. Geen afwezigheid van alle schuld. In bezwaarfase geen grieven tegen heffingsrente. Op dit punt is belanghebbende niet-ontvankelijk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Inspecteur van de Belastingdienst te P
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Inspecteur van de Belastingdienst te P
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
