ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7968
Gerechtshof Amsterdam · 18-10-2000 · zaaknummer 9722089
Inhoudsindicatie
Belanghebbende claimt in haar aangifte vennootschapsbelasting telkenjare forse bedragen aan voorgeheven dividendbelasting en rentelasten. In 1992 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden over 1989. In het daarvan gemaakte verslag is onder meer vermeld dat een groot bedrag is geleend van een bank in Koeweit en dat het grootste deel van de effectenportefeuille is verpand aan die bank. In verband met de Golfoorlog was er geen contact meer met de bank maar overleg tussen de bestuurder van belanghebbende en een representant van de bank heeft de bestuurder het vertrouwen gegeven dat de belegging en de lening normaal kunnen worden afgewikkeld. Belanghebbende stelt dat haar administratie medio 1996 in beslag is genomen door ambtenaren van financiën. De inspecteur kan na onderzoek van die stelling geen bewijs vinden. In de conclusie van repliek vermeldt de toenmalige gemachtigde van belanghebbende dat de betreffende ambtenaren inmiddels nogmaals (in 1998) op bezoek zijn geweest en dat belanghebbende thans beschikt over een kopie van de legitimatiebewijzen en een bewijsstuk van inbeslagneming; voorts wordt vermeld dat de stukken in kopie aan het Hof zullen worden gezonden. De betreffende stukken zijn niet overgelegd. De inspecteur stelt primair dat belanghebbende alsnog niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar bezwaar. Hof: er is in elk geval een begin van motivering. Overigens heeft de inspecteur een discretionaire bevoegdheid waarvan hij gebruik heeft gemaakt op de wijze zoals is geschied. Het ligt dan niet op de weg van het Hof om belanghebbende in de beroepsfase alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar bezwaar. Hof overigens: er is een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Voor de ambtenaar die het boekenonderzoek uitvoerde was er onvoldoende reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van de bestuurder van belanghebbende. Belanghebbende moet aftrekposten, rentelasten en voorgeheven dividendbelasting, aannemelijk maken. Belanghebbende is voluit in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat de administratie in beslag is genomen. Het gestelde effectenbezit is niet aannemelijk gemaakt. De gestelde rentebetalingen zijn niet aannemelijk gemaakt en evenmin is aannemelijk dat sprake is van genoten dividend waarop dividendbelasting is ingehouden. Bewijslast keert om, zowel omdat de vereiste aangifte niet is gedaan als omdat niet is voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 AWR. Er is sprake van ernstige en omvangrijke fraude. In de bezwaarfase geen grieven tegen heffingsrente. Op dit punt is belanghebbende niet-ontvankelijk.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Inspecteur van de Belastingdienst te P
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Inspecteur van de Belastingdienst te P
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
