ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7769
Gerechtshof Amsterdam · 26-01-2000 · zaaknummer 99/01581
Inhoudsindicatie
Bij de beoordeling van de vraag of 20, lid 5, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 toepassing vindt dienen de activiteiten van belanghebbende en die van de met haar fiscaal gevoegde dochtermaatschappijen als één geheel te worden beschouwd. Belanghebbende heeft in 1985/1986 de steenfabricage stopgezet. De stelling van belanghebbende dat zij haar vermogensbestanddelen heeft aangehouden ter belegging wordt door het Hof verworpen. In casu is sprake van een langlopende liquidatie.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
