ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7730
Gerechtshof Amsterdam · 08-03-2000 · zaaknummer 98/1575
Inhoudsindicatie
Het Hof acht gelet op de verklaring van de burgemeester aannemelijk dat de contante betalingen van ƒ 3.650 hebben voorzien in een daadwerkelijke behoefte aan levensonderhoud van de moeder. De bezwaren van de inspecteur heeft belanghebbende echter onvoldoende weerlegd. Er blijft daardoor ruimte voor ernstige twijfel met betrekking tot de vraag of de moeder andere inkomsten had of door andere familieleden werd ondersteund. De verklaring van de burgemeester laat daartoe ruimte en de verklaring van 19 januari 1999 acht het Hof niet zonder meer betrouwbaar. Bovendien is betaling van de huur per kas in een keer niet zonder meer voor de hand liggend. Niettemin wil het Hof wel aannemen dat belanghebbende zijn moeder nog wel meer heeft ondersteund. Gelet op een en ander stelt het Hof de uitgaven voor levensonderhoud in goede justitie op ƒ 4.500. Het Hof acht aannemelijk dat tot dit bedrag is voorzien in een daadwerkelijke behoefte aan levensonderhoud van de moeder en dat belanghebbende als zoon zich redelijkerwijs gedrongen kon voelen daarin te voorzien.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
