Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7682

Gerechtshof Amsterdam · 11-04-2000 · zaaknummer 98/5363

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het Hof is van oordeel dat het niet voor de hand ligt dat het pand -met een oppervlakte van circa 500m2- geheel bestemd was voor duurzame zelfbewoning door belanghebbende. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende heeft beoogd om althans ten aanzien van de ruimte die niet in redelijkheid voor eigen bewoning zou worden bestemd (door het Hof gesteld op 75%) door een aantal acties een waardestijging te bewerkstelligen en dat deze waardestijging ook redelijkerwijze was te verwachten. Met betrekking tot het deel van het pand dat naar 's Hofs oordeel voor eigen bewoning was bestemd (door het Hof gesteld op 25%) kan van belastbaarheid geen sprake zijn, nu niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende het voordeel dat met de verkoop van dat gedeelte van het pand is behaald ook heeft beoogd. Naar ’s Hofs oordeel omvatten de door belanghebbende verrichte of aan hem toe te rekenen werkzaamheden meer arbeid dan ten behoeve van normaal vermogensbeheer gebruikelijk is, met name alle werkzaamheden in verband met de ontruiming. Daar komt nog bij dat de deskundigheid van belanghebbende als juridisch adviseur, mede op het vlak van onroerende zaken, en zijn relatie als juridische adviseur met de geldschieter en de koper bij het behalen van het voordeel een gewichtige factor hebben gevormd. Het Hof komt tot de slotsom dat belanghebbende door arbeid te verrichten die normaal vermogensbeheer te boven ging en door gebruik te maken van zijn eigen kennis en relaties als juridische adviseur arbeid heeft verricht die kwalificeert als arbeid in de zin van artikel 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet. Op grond van het vorenoverwogene is het Hof van oordeel dat de waardestijging die belanghebbende heeft gerealiseerd met betrekking tot de ruimte die niet in redelijkheid voor eigen bewoning zou worden bestemd, als inkomsten in de zin van voormeld art 22, eerste lid, onderdeel b, van de Wet moet worden aangemerkt.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Hoofd van de Belastingdienst Ondernemingen P

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Hoofd van de Belastingdienst Ondernemingen P

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.