Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7527

Gerechtshof Amsterdam · 06-09-2000 · zaaknummer 99/720

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het Hof leest in het bezwaarschrift van belanghebbende en een tot de gedingstukken behorende brief van de enig aandeelhouder van belanghebbende in elk geval een begin van de motivering van het bezwaar. Belanghebbende heeft met de in haar bezwaarschrift opgenomen motivering voldaan aan de motiveringseis van artikel 6:5 Awb. De gemachtigde heeft twee dagen voor aanvang van de zitting verzocht de behandeling van de zaak op een nader te bepalen dag te laten plaatsvinden. Hoewel van zulk een verzoek in het algemeen niet kan worden gezegd dat het tijdig is geweest, acht het Hof het evenwel niet voor onmogelijk dat door uitzonderlijke omstandigheden een verzoek als hiervoor bedoeld kort voor aanvang van de zitting wordt gedaan. Mede in aanmerking genomen dat het fiscale geding slechts één instantie kent waarin de rechter over de feiten oordeelt en dat aan artikel 11 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken de gedachte ten grondslag ligt dat de belanghebbende gerechtigd is de behandeling van haar zaak door het Hof in persoon van de enig aandeelhouder bij te wonen, heeft het Hof aanleiding gevonden de gemachtigde te verzoeken nadere gegevens te verstrekken omtrent de toedracht van het verzoek om uitstel van de behandeling van de zaak. De gemachtigde heeft met hetgeen hij heeft verklaard omtrent de toedracht van het verzoek de aanwezigheid van omstandigheden die inwilliging van het vlak voor aanvang van de zitting gedane verzoek om uitstel rechtvaardigen, niet aannemelijk gemaakt. Een oproep voor een tweede mondelinge behandeling zal een onredelijke vertraging in het afwikkelen van de zaak meebrengen. Het ligt op de weg van belanghebbende aannemelijk te maken dat de door haar geclaimde aftrekposten terecht zijn opgevoerd en tot de gestelde bedragen. Het Hof acht belanghebbende daarin niet geslaagd. Nu niet aannemelijk is gemaakt dat de geclaimde aftrekposten zijn gemaakt terwijl belanghebbende in haar aangifte wel een aanzienlijk bedrag terzake heeft vermeld, komt het Hof tot de conclusie dat niet de vereiste aangifte is gedaan. Belangheb-bende is er niet in geslaagd aan te tonen dat de onderhavige aanslag te hoog is.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.