ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7524
Gerechtshof Amsterdam · 15-09-2000 · zaaknummer 98/5124
Inhoudsindicatie
Naar het oordeel van het Hof heeft belanghebbende voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in het onderhavige jaar voldoende zelfstandigheid bezat ten opzichte van zijn opdrachtgevers en daarbij streefde naar continuïteit door het aanvaarden van verschillende opdrachten. Voorts deelt het Hof niet de mening van de inspecteur dat belanghebbende onvoldoende heeft geïnvesteerd in materiële activa om van een onderneming te kunnen spreken. Voorts heeft de inspecteur niet dan wel onvoldoende betwist dat belanghebbende het risico liep van ziekte en arbeidsongeschiktheid en het risico van geen werk (gedurende met name de periode van vorstverlet). Het Hof acht aannemelijk dat de kans bestond dat de facturen van belanghebbende niet werden betaald en dat hij derhalve debiteurenrisico droeg. Anders dan de inspecteur heeft gesteld, is daarbij voor het antwoord op de vraag of belanghebbende ondernemersrisico heeft gelopen, slechts van belang of het debiteurenrisico voor zijn rekening was en niet of het risico zich daadwerkelijk heeft gemanifesteerd. Uit het vorenoverwogene volgt naar het oordeel van het Hof dat belanghebbende is aan te merken als ondernemer in de zin van artikel 6 de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en daardoor recht heeft op de zelfstandigenaftrek zodat het gelijk aan belanghebbende is.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
