ECLI:NL:GHAMS:1998:AM7960
Gerechtshof Amsterdam · 14-07-1998 · zaaknummer 0175/97
Inhoudsindicatie
Indien belanghebbende, zoals hij stelt, bij de ambtenaar de onderwerpelijke sieraden heeft aangegeven voor het vrije verkeer, is daardoor een douaneschuld ontstaan op grond van artikel 201, lid 1, van het CDW. Belanghebbende heeft een beroep gedaan op de vrijstelling van douanerechten voor terugkerende goederen als bedoeld in artikel 185, lid 1, van het CDW. Bij artikel 848, lid 1, van de Uitvoeringsverordening van het CDW is als voorwaarde voor het verlenen van de vorenbedoelde vrijstelling gesteld dat een exemplaar van de aangifte ten uitvoer wordt overgelegd, dan wel dat andere bewijsstukken worden overgelegd aan de hand waarvan kan worden vastgesteld dat de goederen eerder uit het douanegebied van de Gemeenschap werden uitgevoerd en dat zij op het tijdstip van uitvoer voldeden aan de voorwaarden om als terugkerende goederen te worden aangemerkt. Niet gesteld of gebleken is dat belanghebbende aan deze dwingend voorgeschreven voorwaarde heeft voldaan, zodat de uitspraak, waarvan beroep, wordt bevestigd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
