ECLI:NL:CRVB:2026:763
Centrale Raad van Beroep · 03-06-2026 · zaaknummer 24/2800 WLZ
Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Het geschil ziet op een afgesloten periode in het verleden. Gesteld noch gebleken is dat een inhoudelijk oordeel van het beroep nog van belang kan zijn voor een toekomstige maatwerkvoorziening voor appellante. De Raad acht het verder op voorhand onaannemelijk dat appellante schade heeft geleden als gevolg van het bestreden besluit. Appellante heeft op vragen van het college geantwoord dat zij in de hier voorliggende verstreken periode geen extra ondersteuning heeft ingekocht. Ook overigens is niet gebleken van enige schade. Daarnaast is niet gebleken dat een nu nog in te halen achterstand is ontstaan doordat in het verleden te weinig minuten voor wasverzorging zijn verstrekt. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
