ECLI:NL:CRVB:2026:664
Centrale Raad van Beroep · 12-05-2026 · zaaknummer 24/1649 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Zelfstandige. Geen geslaagd beroep op het evenredigheidsbeginsel. Het college heeft zich bij de afweging van de belangen op het standpunt kunnen stellen dat appellant ook al vóór 14 april 2022 als zelfstandige werkzaam was. Appellant stond namelijk vanaf november 2021 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in Duitsland en hij had toen al een zakelijke rekening in Duitsland geopend. Appellant heeft in januari 2022 voor de eerste keer huur betaald voor het bedrijfspand en uit de op verzoek van het college door appellant in mei/juni 2022 ingeleverde bankafschriften blijkt dat hij al in februari 2022 de eerste aankopen voor het bedrijf heeft gedaan. Het college heeft tot slot betekenis toegekend aan de omstandigheid dat duidelijker uitgelegd had kunnen worden aan appellant wat de gevolgen zijn van het starten van een onderneming. Dat was de reden om niet verder terug te gaan met de intrekking en de terugvordering van de bijstand dan het moment waarvan appellant heeft gemeld te zijn begonnen met zijn onderneming.
Rechters
Advocaten
- Mr. T.M.J. Oosterhuis-Putter
- S. van de Griek
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
