ECLI:NL:CRVB:2026:293
Centrale Raad van Beroep · 10-03-2026 · zaaknummer 23/2537 PW
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor verhuiskosten. Geen noodzakelijke kosten. Schadevergoeding redelijke termijn. Er bestaat geen grondslag voor het aannemen van een vooronderstelling over de noodzakelijkheid van een verhuizing zoals appellante voorstaat. Het enkele feit dat de meeste mensen in hun leven wel een paar keer verhuizen en dat kosten van een verhuizing behoren tot de incidenteel algemeen noodzakelijke bestaanskosten, maakt nog niet dat een verhuizing en de daarmee gepaard gaande kosten steeds noodzakelijk zijn, in de zin van onvermijdbaar, en dat de noodzakelijkheid van het maken van die kosten geen afzonderlijke beoordeling behoeft in het kader van een aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante heeft het standpunt van het college dat zij de noodzakelijkheid van de verhuizing niet aannemelijk heeft gemaakt, verder inhoudelijk niet weersproken. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand dan ook alleen al op deze grond terecht afgewezen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
