ECLI:NL:CRVB:2026:132
Centrale Raad van Beroep · 20-01-2026 · zaaknummer 24/925 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking, beëindiging en terugvordering van bijstand. Ontvangst immateriële schadevergoeding. Vrijlating. Geen vermogen. Statistische eindleeftijd. Niet in geschil is dat A als gevolg van een medische fout ernstig en blijvend letsel heeft opgelopen en in verband daarmee een immateriële letselschadevergoeding van € 65.000,- heeft ontvangen. A was ten tijde van de medische fout 42 jaar en 10 maanden oud. Zij heeft een statistische eindleeftijd van 86,3 jaar. Dit betekent dat zij met het bedrag van € 65.000,- een periode van 43 jaar en ruim vijf maanden moet overbruggen. Dit komt neer op (afgerond) € 1.498,- per jaar en € 125,- per maand. De (beperkte) hoogte van dit bedrag, de aard en bijzondere bestemming van de ontvangen immateriële schadevergoeding, afgezet tegen de aan betrokkenen toegekende bijstand naar de norm voor gehuwden, maken dat het college in redelijkheid niet tot het oordeel kan komen dat de immateriële schadevergoeding in geval van betrokkenen uit het oogpunt van bijstandsverlening niet onverantwoord is. Het college had dus het gehele bedrag aan immateriële schadevergoeding moeten vrijlaten.
Advocaten
- M. Koning
- P.G.W. van Wees
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
