ECLI:NL:CRVB:2026:124
Centrale Raad van Beroep · 27-01-2026 · zaaknummer 24/1622 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Afwijzing aanvraag. Niet-meewerken aan huisbezoek. Geen redelijke grond. Zelf voorzien. De melding van de gemeente Den Haag dat de dochter van appellante veel in de gemeente Rijswijk pint en vermoedelijk ook bij haar moeder verblijft alsook het daarop gevolgde contact met die gemeente bieden geen concrete feiten en omstandigheden die aanleiding kunnen zijn om eraan te twijfelen of de woonsituatie van appellante wel die van een alleenstaande was. Het betreft niet meer dan vermoedens. De verklaring van appellante roept mogelijk de vraag op of de dochter op het adres van appellante ook haar hoofdverblijf heeft en daarmee twijfel of appellante wel alleenstaande is, maar zo er met die verklaring al sprake is van voldoende concrete feiten en omstandigheden om te twijfelen aan de door haar opgegeven woonsituatie, heeft in ieder geval te gelden dat het college zich er drie-en-een-halve maand na de verklaring rekenschap van had moeten geven hoe de feitelijke situatie op dat moment was en daar eerst onderzoek naar had moeten doen. Er bestond aldus geen redelijke grond voor een huisbezoek. Om die reden kan aan de weigering van appellante om hieraan mee te werken niet het gevolg worden verbonden dat de bijstand wordt ingetrokken (en teruggevorderd). Dit brengt ook mee dat aan de afwijzing van de aanvraag de grond is komen te ontvallen.
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
