ECLI:NL:CRVB:2025:437
Centrale Raad van Beroep · 13-03-2025 · zaaknummer 22/3898 WSF
Inhoudsindicatie
Appellant heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij in het kader van zijn stage reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht, onder gezag van een leidinggevende en dat hij daarvoor een vergoeding als tegenprestatie heeft ontvangen. Dit betekent dat, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, de minister appellant tijdens zijn stages als migrerend werknemer had moeten aanmerken. In verband daarmee heeft hij over de periode oktober 2020 tot en met augustus 2021 recht op de door hem aangevraagde studiefinanciering.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
