ECLI:NL:CRVB:2025:1899
Centrale Raad van Beroep · 16-12-2025 · zaaknummer 23/2538 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Gezamenlijke huishouding. Hoofdverblijf. Geen wederzijdse zorg. Zelf voorzien. Niet in geschil is dat X in periode 2 voor appellant heeft gezorgd. De onderzoeksbevindingen maken echter niet aannemelijk dat appellant in die periode zorg van enige omvang en gewicht verleende aan X. De verklaringen van appellant en X zijn onvoldoende concreet en specifiek over de verleende zorg van appellant aan X. Dat X heeft verklaard dat zij vanaf januari 2021 een kamer in de woning van appellant mocht gebruiken, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat appellant vanaf dat moment zorg van enige omvang en gewicht verleende aan X. Dit betekent dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat tussen appellant en X sprake was van wederzijdse zorg.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
