ECLI:NL:CRVB:2025:1652
Centrale Raad van Beroep · 06-11-2025 · zaaknummer 23/237 AOW
Inhoudsindicatie
Bestreden besluit over de hoogte van het AOW-pensioen ten onrechte in stand gelaten. De Svb is bij het bestreden besluit in zoverre teruggekomen van zijn besluit van 20 augustus 2021, dat aan appellant alsnog vanaf 1 december 2021 een AOW-pensioen is toegekend van 8% van het maximale AOW-pensioen. Naar aanleiding van een vraagstelling van de Raad heeft de Svb zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat appellant recht heeft op een AOW-pensioen van 12% (in plaats van 8%) van het maximale pensioen, en dat het pensioen moet worden toegekend met terugwerkende kracht van vijf jaar vanaf de datum van het verzoek om herziening. De Raad concludeert, net als de Svb, dat appellant in de periode van 1 maart 1974 tot 1 januari 1986 niet verzekerd is geweest voor de AOW en dus geen recht heeft op een hoger AOW-pensioen. Beroep op het gelijkheidsbeginsel. slaagt niet.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
