ECLI:NL:CRVB:2025:144
Centrale Raad van Beroep · 23-01-2025 · zaaknummer 20/1361 ZW
Inhoudsindicatie
Het betreft de vraag of 1) het Uwv terecht de ZW-uitkering van appellant per 2 juni 2018 heeft beëindigd, omdat hij met door het Uwv geselecteerde functies meer dan 65% kan verdienen van het loon dat hij verdiende voordat hij ziek werd, 2) het Uwv terecht per 29 januari 2019 heeft geweigerd een ZW-uitkering aan appellant toe te kennen, omdat hij geschikt is voor de eerder geselecteerde functies en 3) het Uwv terecht de vanaf 8 juli 2019 toegekende ZW-uitkering van appellant per 5 oktober 2019 heeft beëindigd, omdat hij geschikt is voor de eerder geselecteerde functies. Appellant heeft in alle drie de zaken aangevoerd dat het onderzoek door het Uwv niet zorgvuldig is uitgevoerd en dat de ernst van zijn medische problematiek is onderschat. De Raad volgt dit standpunt niet en komt tot het oordeel dat het Uwv de ZW-uitkering per de genoemde data terecht heeft beëindigd dan wel geweigerd.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
