ECLI:NL:CRVB:2025:1264
Centrale Raad van Beroep · 21-08-2025 · zaaknummer 24/1883 WAO
Inhoudsindicatie
De Raad doet uitspraak in de hoofdzaak. WAO-uitkering terecht niet met verdere terugwerkende kracht per 23 oktober 2002 toegekend. Zoals deze Raad eerder heeft geoordeeld, bijvoorbeeld in de uitspraak van 26 maart 2020 brengt artikel 4:6 van de Awb, noch enig rechtsbeginsel mee dat het Uwv in het geval aanleiding ziet terug te komen van het eerdere besluit, gehouden is dit met volledig terugwerkende kracht te doen. Geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan aan de termijn van vijf jaar voorbij zou moeten worden gegaan. Het Uwv heeft terecht het WAO-dagloon niet op grond van artikel 40 van de WAO verhoogd met de inkomsten van verzoekster als DGA. Geen sprake van schending van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. Geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
