ECLI:NL:CRVB:2025:1195
Centrale Raad van Beroep · 12-08-2025 · zaaknummer 22/142 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Gezamenlijke huishouding. Hoofdverblijf. Getuigenverklaringen. Gedeeltelijke vernietiging. Voor periode 1 is er onvoldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van het college dat appellant zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres. De getuigenverklaringen zijn onvoldoende concreet en specifiek over het exacte verblijf van appellant op het uitkeringsadres en de duur daarvan. De verklaringen bevatten bovendien te weinig feitelijke gegevens over het dagelijks leven in en om de woning op het uitkeringsadres. In onderlinge samenhang bezien met de overige onderzoeksbevindingen (pingedrag supermarkten, telefoongegevens, verklaring appellante) bieden de getuigenverklaringen wel een toereikende feitelijke grondslag voor de conclusie dat appellant in periode 2 zijn hoofdverblijf had op het uitkeringsadres.
Advocaten
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
