ECLI:NL:CRVB:2025:1194
Centrale Raad van Beroep · 12-08-2025 · zaaknummer 22/3863 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Middelen. Contante stortingen. Geen geslaagd beroep op vertrouwensbeginsel. Boete niet gehandhaafd. i. De gestorte bedragen in augustus 2017 en oktober 2019 zijn terecht aangemerkt als middelen. Met haar verklaringen over dat bedrag heeft zij de herkomst van dat bedrag ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt. Anders dan appellante meent, is het niet van belang of de storting in oktober 2019 afkomstig is van een geldlening. ii. Van de kant van het college zijn geen toezeggingen of uitlatingen gedaan of gedragingen verricht over de kasstortingen. Het enkele feit dat het college eerder rechtsmatigheidsonderzoeken heeft verricht die niet tot intrekking of beëindiging van de bijstand van appellante hebben geleid, is onvoldoende om daaraan het vertrouwen te ontlenen dat het college dit naar aanleiding van de kasstortingen ook niet zou doen. iii. De rechtbank heeft zich ten onrechte onbevoegd verklaard om van het beroep tegen de boete kennis te nemen. Dat beroep hoeft echter niet meer te worden beoordeeld, omdat het college op zitting te kennen heeft gegeven de boete niet te handhaven.
Rechters
Advocaten
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
